Hypotheekrenteaftrek
Hypotheekrenteaftrek is een belastingmaatregel waarmee de kosten van de financiering van de eigen woning fiscaal aftrekbaar worden gemaakt. De verwachting is hierbij dat de drempel om een woning aan te schaffen verlaagd wordt. Verder wordt het op deze manier fiscaal aantrekkelijker om de woning te blijven financieren door een lening, zodat zelf opgebouwd kapitaal geïnvesteerd kan worden in de economie.
Mede door de financiele krisis is de hypotheekrenteaftrek een belangrijk speerpunt geworden in de verkiezingscampagne voor de tweede kamerverkiezingen van 9 juni aanstaande. Deze website geeft een handig overzicht over de verschillende standpunten die de partijen hierin hebben.
Meer over hypotheekrenteaftrek:
Hypotheekrenteaftrek is in Nederland een voordeel in de belasting voor bezitters van een eigen woning. In de Wet op de inkomstenbelasting 2001 wordt geregeld dat betaalde rente over de hypotheek van de eigen woning kan worden afgetrokken van het belastbaar inkomen in de inkomstenbelasting in box 1. De regeling bestaat in gewijzigde vorm al sinds 1893. De aftrek is ten hoogste voor 30 jaar van kracht, een beperking die in 2001 werd aangebracht. Voor diegenen die reeds voor 1 januari 2001 hypotheekrente aftrokken, blijft echter de rente tot 1 januari 2031 aftrekbaar.
De hypotheekrenteaftrek is ingesteld om het eigen woningbezit te stimuleren, door de aanschaf van een koopwoning voor meer mensen mogelijk te maken. Tot 1 januari 2004 was de hypotheekrente onbeperkt aftrekbaar. Sinds die datum is de bijleenregeling van kracht, waardoor overwaarde die ontstaan is ten gevolge van verkoop van een huis gebruikt moet worden voor de nieuwe hypotheek. De resulterende hypotheekaftrek is daarmee lager. Het eigenwoningforfait is komen te vervallen voor eigenwoningbezitters zonder hypotheekrenteaftrek.
In de Nederlandse politiek is de hypotheekrenteaftrek omstreden: het H-woord gold lange tijd als een politiek taboe, en is dat nog steeds voor sommige politieke partijen, zoals het CDA (breekpunt in de formatie 2007) en de VVD. De aftrekpost zou volgens voorstanders van (gedeeltelijke) afschaffing op termijn niet meer op te brengen zijn. De verminderde inkomsten op de Nederlandse overheidsbegroting vanwege de hypotheekrenteaftrek bedroegen €7 miljard in 2004, €10 miljard in 2005, en 11 miljard in 2009. Daarnaast halen mensen met een hoger belastbaar inkomen meer voordelen uit de hypotheekrenteaftrek dan mensen met een lager belastbaar inkomen, omdat zij meer hypotheekrente mogen aftrekken tegen een hoger belastingtarief. Rijke huizenbezitters met een hoge hypotheek zouden het meest profiteren. Tevens wordt door tegenstanders van deze regeling beweerd dat dit de huizenprijzen in de markt laat stijgen, wat negatief is voor starters doordat ze de hogere huizenprijzen nauwelijks of niet kunnen betalen.
Bij een mogelijke beperking van de hypotheekrenteaftrek zijn starters op de woningmarkt naar verluidt huiverig om netto ineens fors meer te moeten gaan betalen. Het tegenargument is dat deze angst niet terecht hoeft te zijn, afhankelijk van de wijze waarop de renteaftrek wordt beperkt (maximering aftrekbaar bedrag of beperking rentepercentage). Het effect is wellicht van tijdelijke aard. De verwachting is dan dat op de langere termijn de huizenprijzen minder snel zullen stijgen of zelfs zullen dalen als de hypotheekrenteaftrek afgeschaft wordt, hetgeen in het voordeel is van starters en andere kopers van een woning.
bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hypotheekrenteaftrek
Nog niet gevonden wat u zocht?
Gebruik de zoekoptie van hieronder om via Google verder te zoeken!